Waterlooplein

Waterlooplein

Waterlooplein

Op mijn zestiende levensjaar, en dat is bijna een halve eeuw geleden, liep ik over het oude, grote Waterlooplein te kijken naar allerlei zaken waar ik toch geen geld voor had, zoals een paar mooie Mexicaanse laarzen die toen in de mode waren. Ik vond wel voor een tientje een paar Tsjechische legerlaarzen die van achteren met een beetje fantasie voor de felbegeerde modelaarzen door konen gaan.

Ook had ik graag een echte 4-sporen bandrecorder gehad en toe in er een van nabij stond te bekijken, vroeg de koopman: ‘Heb je verstand van die dingen?’

Trots zei ik: ‘Jazeker!’ Had ik immers niet een cursus elektronica gevolgd op school?

Hij vroeg me of ik ze ook kon repareren en weer knikte ik, zonder echt zeker te zijn van mijn zaak, bevestigend. Hij nam me mee naar een café en bood me een kop koffie aan. ‘Ik krijg zat van die recorders aangeboden,’ zei hij, ‘maar ze zijn altijd stuk. Als ik iemand kon vinden die ze echt goed kon repareren, dan zou ik goud geld verdienen.’

We schudden elkaar de hand en ik begon voor hem te repareren. Naast de andere klusjes en halve baantjes die ik had, was mijn inkomen snel goed genoeg om een paar echte Mexicaanse laarzen te kopen.

Twee jaar geleden liep ik weer eens over dat nieuwe op toeristen gerichte Waterlooplein dat in niets meer leek op de oude levendige plek van mijn herinneringen en er zag twee jonge mannen die bij een oeroude Sony bandrecorder zaten. Ze bleken bij de Stopera te werken. Ze hadden geen eigen plek. Ze zaten daar gewoon om die ene bandrecorder, die kennelijk ergens in de weg was gaan staan, te verkopen.

Ik bood een tientje voor het apparaat en dat was akkoord. Ze verdwenen meteen weer in de zijingang van het gemeentehuis.

‘Brand!’ riep mijn partner toen ik de stekker in het stopcontact had gestoken. Ik trok de stekker weer uit het stopcontact en keek naar de zwarte rook die het vertrek begon te vullen.

Het apparaat blek niet meer te repareren, maar er zat wel een band op die ik op een ander oud apparaat kon afspelen en ik luisterde tot mijn stomme verbazing naar raadsvergaderingen uit de jaren zestig, misschien jaren zeventig.

Dat ging er heel wat heftiger aan toe dan nu met die keurige beleefde vergaderingen. Er zat nog echt kracht achter de uitspraken en niemand nam een blad voor de mond. Ik hoorde hoe de voorzitter een patjepeeër werd genoemd.

Die instelling missen we nu een beetje. We pruttelen en protesteren wel wat, terwijl de Gemeente het Waterlooplein de derde grote genadeklap toedient, maar het vuur is uitgedoofd en dat vuur moet weer terugkomen, als we niet over een tijdje het Waterlooplein als levensader zien verdampen in een bestemmingsplan dat van de hele stad een showroom probeert te maken.

Hans van der Kamp

Geef een reactie